Straten, wegen en pleinen

Henry Hudson



De speurtocht van de Halve Maen
De originele Halve Maen werd op 23 maart 1609 door de Nederlands Verenigde Oost-Indische compagnie in dienst gesteld. Ze was een ontdekkingsschip en hét ruimteschip van haar tijd, ontworpen om een bemanning van 20 man mee te kunnen nemen naar onbekende en nog niet in kaart gebrachte wateren.

Haar kapitein, Henry Hudson, was al een beroemde ontdekker van Noordelijke wateren toen hij in 1608 door de Nederlands Oost-Indische compagnie werd aangesteld om een route over het water via het Noordoosten naar Azië te zoeken. Maar al een maand na vertrek werd de Nederlands/ Engelse bemanning ontmoedigd omdat hun route ten Noorden van Noorwegen geblokkeerd was door ijsschotsen van de Noordpool. Er werd zelfs gesproken over muiterij.

Zittend in zijn hut, overdacht de verontruste kapitein het dilemma waar hij voor stond en de mogelijkhe oplossingen. Er werd een compromis gesloten. De koers werd gewijzigd en wat eerst een zoektocht naar een Noordoostelijke doorgang was, werd al gauw een Atlantische oversteek om een Noordwestelijke doorvaart te vinden naar de rijke specerijenhandel met China. Natuurlijk wordt er ook wel gedacht dat het vanaf het begin al de bedoeling van Hudson was via het Noordwesten te gaan.

Hudson in Noord Amerika
Nadat de Halve Maen de kust van Maine had bereikt en de fokkemast, die in een ruige storm tijdens de Atlantische oversteek verloren was gegaan, had vervangen koerste zij zuidwaarts zover als de huidige buitenste zandbanken van Noord Carolina. Nadat Hudson de koers verlegd had naar het Noorden, ontdekte hij vervolgens de Delaware baai, waarna hij bij de monding van een wijde rivier aankwam. Was dit dan misschien de doortocht naar de Stille Zuidzee?

Hudson stopte op plaatsen aan de kust van New Jersey voordat hij met het kleine schip de rivier opvoer, die nu de naam van de gezagvoerder Henry Hudson draagt. Maar het was al snel duidelijk dat het een binnenlandse rivier was en geen westelijke doortocht. Hudson zeilde de rivier op tot het huidige Albany voordat hij omkeerde.

Het zou vele jaren duren voordat de betekenis van Hudsons reis in 1609 zou worden begrepen en de Halve Maen de erkenning zou krijgen één van de bekendste ontdekkingsschepen te zijn geweest.

Amerika's Nederlandse erfdeel
Hudsons reis had belangrijke gevolgen. Tijdens het maken van deze historische reis eiste Hudson het gebied voor de Nederlanders op en stelde het land open voor de kolonisten die volgden. Hudsons reis, bijna tien jaar voordat de Pelgrims bij Plymouth Rock afmeerden, had de oprichting, in 1614 van de Nederlandse handelspost, Fort Nassau bij het huidige Albany, New York tot gevolg. De eerste Europese nederzettingen in staten als Connecticut, Delawere, New Jersey, New York en Pennsylvania werden vanaf 1624 gebouwd door de Nederlanders en vormden de Nederlandse kolonie van New Netherland of Nieuw Nederlandt.

Tegen het einde van de 17e eeuw was het gehele Nieuw Nederlandt bezit van de Engelse Kroon geworden. Maar de landkaart van het gebied toont nog steeds de originele Nederlandse nederzettingen. Brooklyn, Hoboken, Block Island en nog veel meer plaatsen hebben hun namen te danken aan de eerste Nederlandse kolonisten. Deze namen wijzen op de vroege rol van de Nederlanders bij de oprichting van ons land, een betrokkenheid die doorliep tot de Amerikaanse revolutie.

Nieuw Nederlandse invloed op: De Republiek der Verenigde Nederlanden De Engels- Franse invasie van 1672 Het huis van Oranje-Nassau De toekomstige Verenigde Staten.

De Engelse inname in 1664 van Nieuw Amsterdam en Nieuw Nederland in vredestijd was één van de vonken, die de Engels- Nederlandse oorlog deden ontketenen. De Engelsen zouden duur betalen voor hun inval in 1664 maar de terugkeer van het oude Nieuw Nederland onder Nederlands gezag behoorde niet tot het vredesverdrag, dat in 1667 te Breda werd gesloten. De Nieuw Nederlanders zouden nog eens vijf jaar moeten wachten op een korte hereniging met hun moederland.

De tweede Engels-Nederlandse oorlog was beëindigd met de vrede van Breda in juli 1667. De Nederlanders hadden Engeland in de houdgreep genomen, met bijna het faillissement van koning Charles II tot gevolg, en uiteindelijk het sturen van een vloot de Thames op, door de Medway en door naar Chatham, terwijl ze pakhuizen aan het water van de Thames en de marine werf van Chatam in beslag namen waardoor ze Londen in paniek brachten. De daarop volgende blokkade bracht de handel van Londen tot een halt gedurende de eerste helft van de zomer 1667 wat de inkomsten van Charles feitelijk deed opdrogen. De vrede van Breda die daarop volgde nam de greep van de Nederlanders op de Britse handel weg, gaf de Nederlanders Suriname in het Zuid-Amerikaanse kustgebied en enkele andere concessies maar gaf Nieuw Nederland niet meer aan de Nederlanders terug. De volgende Triple Alliance in 1668, tussen Engeland, Nederland en Zweden veronderstelde een bevestiging van de samenwerking tussen deze drie protestantse landen te zijn.

Charles II was echter zo diep vernederd dat hij binnen twee jaar een geheim verbond met de Franse Louis XIV sloot om voor eens en voor altijd de Nederlandse Republiek te verpletteren. Meer dan 100.000 Franse soldaten vielen de Nederlanden binnen en namen met een snel tempo met succes steden en provincies in tot en met Utrecht. Een gezamelijke vloot van de Engelsen en de Fransen had geen invloed op de aanvallen op het land omdat deze werd tegengehouden door schepen van de Nederlandse vloot. Wat nog erger was voor Engeland was dat Charles zn middelen plotseling op raakten. Dit zou direct effect hebben op de uitkomst van de oorlog.

Na het (in de ogen van de Engelsen) desastreuze einde van de tweede Engels- Nederlandse oorlog konden de handelaren (wier pakhuizen waren vernietigd) bijna niet meer genoeg belasting opbrengen voor de Engelse kroon. De resterende inkomsten van Charles II hingen ten eerste af van de Virginia Tabaks industrie, ten tweede van de belastingen en de heffingen uit de Nieuwe Wereld en ten derde van de inkomsten verkregen van de Newfoundland visserijen. De Nederlanders zouden er snel voor zorgen dat aan alle drie een einde kwam.

In juli 1673 nam een Nederlandse vloot onder gecombineerde leiding van Cornelius Evertsen en Jacob Benckes bijna de halve Virginia tabaks vloot in en liet de helft van de rest zinken of vernietigen. Daarna zeilden ze naar het Noorden en heroverden ze al snel Nieuw Nederland, en slaagden ze erin beslag te leggen op de vissersdorpen aan de kust in Newfoundland. Alle Engelse schepen in het voormalig New York( nu hernoemd in Nieuw Oranje) werden ingenomen. Engelse handelaren die Boston konden ontvluchten deden dit snel, het gerucht over een ongelooflijke grote Nederlandse vloot verspreidde zich namelijk door New England. De Newfoundland visserijgronden werden afgesloten terwijl de handel en commerciele activiteiten werden gestaakt. Het belangrijkste was dat de inkomstenstroom van Charles stopte. Vanuit het perspectief van de Engelse kroon werd heel Noord-Amerika bedreigd.

Charles II kon de vloot die de Thames bewaakte niet weg sturen omdat hij bang was voor een herhaling van de actie van 1667, en de Nederlanders deden weldegelijk opnieuw een poging in 1672 om Sheerness aan de monding van de Thames in te nemen maar deze keer was de verdediging verbeterd. De weinige berichten die waren ontvangen uit de Nieuwe Wereld overdreven waarschijnlijk de omvang van de ramp maar Nieuw Nederland was weer vast in Nederlandse handen en de realiteit van het verlies aan inkomen was zeker. Toen het eerste schip dat naar de Nederlanders thuis toe gestuurd was om ze te informeren als gevolg van Nederlandse onoplettendheid werd door de Engelsen onderschept en veroverd, realiseerde Charles zich de omvang van de verliezen en nog belangrijker, kon hij profiteren van de gelegenheid om een vrede met de Nederlanders te sluiten voordat de Nederlandse onderhandelaars zich de volle betekenis van de overwinning in de Nieuwe Wereld konden realiseren.

De Fransen, die zich stilhielden buiten Amsterdam waren tijdelijk tegengehouden door de verdedigers, die de dijken hadden geopend en de velden, die de legers moesten passeren onder water hadden laten lopen. Toen het verdrag van Westminster in 1674 getekend was, verdween de Engelse steun aan de Fransen en Frankrijk viel niet meer aan maar trok zich tenslotte terug. Zodoende waren de Verenigde Nederlanden en het Huis van Oranje gered, maar de Nieuw Nederlandse nederzetting viel weer onder het Engelse gezag.

Veertien jaar later, toen Willem van Oranje in het naspel van de Glorieuze Revolutie, triomfantelijk de Engelse troon accepteerde, namen de Nederlanders het gezag over Nieuw Nederland weer op zich, deze keer onder leiding van de protestant Jacob Leisler. Maar Willem van Oranje kende het gezag over Nieuw Nederland weer toe aan hun voormalig corrupte gouverneur, omdat hij geïnteresseerd was in vrede en samenwerking tussen de Engelsen en in 1691 kwam er een einde aan Leislers rebellie of Koning Willems oorlog waarna de Engelsen weer de macht over het gebied hadden.

Nadat het gebied vijf keer in een kwart eeuw van eigenaar was veranderd, waren de inwoners van het gebied klaar voor de zesde overgang van het gezag voor de volgende twee of drie generaties. Dit stimuleerde de voormalig Nederlandse en de Engelse bewoners om elkaar met meer respect, beleefdheid en coöperatie te behandelen, met het gevolg dat de duur van de Nederlandse invloed in het gebied van New York aanzienlijk verlengd werd. Families zoals de van Rensselaers oefenden, nadat ze de vijf overgangen ongeschonden hadden overleefd, ongewone invloed uit tot ver in de volgende twee eeuwen.

De Nederlandse liefde voor tolerantie, vrije ondernemingen, vrije handel en vrijheid van godsdienst vermengden zich met de koloniale ziel wat de grondslag legde voor de Amerikaanse geest in 1776. De Apologie van Willem van Oranje, Willem de Zwijger aan koning Philip van Spanje in 1581 was de blauwdruk voor de Verklaring van de onafhankelijkheid die bijna tweehonderd jaar later volgde en de Republiek der Verenigde Nederlanden waar Willem aan het hoofd van stond was het enige beschikbare model voor de Amerikaanse patriotten om na te volgen. Het behoud van dit model in de tweede helft van de 17e eeuw zou het dus blijven bewaren, zodat Franklin, Paine, Jefforson Adams en Washington hiermee hun voordeel konden doen.

Enkele bepalingen uit de overgave documenten van Peter Stuyvesant in 1664( bijv. het verbieden van inkwartiering van soldaten in huizen van burgers) werden honderd jaar later zelfs in de Grondwet van de Verenigde Staten opgenomen. Wat begon met de Halve Maen van Henry Hudson in 1609 eindigde met in de toekomstige Verenigde Staten van Amerika volledig opgenomen te worden en daarop buitengewoon van invloed te zijn, terwijl dat tegelijkertijd bijdroeg aan het behoud van het Huis van Oranje en de Republiek der Verenigde Nederlanden.



Heeft u een mooie foto voor de stratenpagina's?
Mail hem dan (evt. met vermelding van uw naam) naar
foto@verbaarsjes.nl.


terug      stratenpagina