Baarsjes Actueel - Week 2

6 januari t/m 12 januari 2003
ROC-scholen verbieden Chador

Het Regionaal Opleidingscentrum Amsterdam accepteert geen leerlingen die volledig gesluierd naar school komen, zo heeft het bestuur besloten.

Aanleiding was een groepje van enkele moslimvrouwen die in chador of niqaab de lessen bezocht. De chador dekt het gehele lichaam en het gezicht af. Volgens bestuursvoorzitter Ankie Verlaan van het ROC is het dragen van een chador niet te verenigen met de beroepen waarvoor het ROC opleidt. In chador of niqaab gehulde vrouwen gaan anoniem door het leven. Het ROC staat nieuwkomers de eerste maanden wel toe een chador te dragen, bij wijze van gewenning. De hoofddoek blijft overigens gewoon toegestaan.

Bron: Amsterdams Stadsblad d.d. 08-01-2003



65-jarige laat zich niet oplichten

Een man die zich voordeed als bankmedewerker en een 65-jarige bewoonster van De Baarsjes haar bankpas probeerde te ontfutselen, kreeg nul op rekest.

De man vroeg om haar pas omdat er iets niet mee in orde zou zijn. De vrouw had echter direct door dat de man geen bankmedewerker kon zijn en sloot meteen weer de deur. De man vluchtte richting Admiralengracht. Zijn signalement: lichtgetinte huid, keurig verzorgd uiterlijk, rond de dertig, gemiddelde lengte. De oplichter spreekt beschaafd Nederlands, droeg een driekwart donkere jas en donkere broek.

Bron: Amsterdams Stadsblad d.d. 08-01-2003



Pinksterkerk / Groeimirakel in De Baarsjes

Elke zondag driemaal dienst met tot wel 800 bezoekers, 3000 leden, wijkgemeenten in den lande, deze week 29 dopelingen: de 'zwarte' Volle Evangeliegemeente Maranatha Ministries is een succesverhaal. Toch groeit de pinksterkerk niet.

Een Surinaamse man probeert het verkeer wat te regelen, maant een taxichauffeur tot kalmte, dirigeert een paar auto's achteruit. Het is het vaste zondag-halfeen-tafereel: bezoekers van de eerste kerkdienst in de Maranathakerk vertrekken, tenminste, dat proberen ze, want een nieuwe stroom kerkgangers blokkeert de doorgang.

In een kwarteeuw verhonderdvoudigde het aantal bezoekers van de Maranatha Ministries (MM), midden in het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes. Het Bulletin voor Gemeentegroei wijst MM -vóór de Drachtster Vrije baptisten van Orlando Bottenbley- aan als grootste gemeente van Nederland. Opmerkelijk: beide worden geleid door iemand van Surinaamse komaf.

In 2001 stelde het Bulletin vast dat de groei er in evangelisch Nederland uit was. Alleen megagemeenten werden groter, ten koste van de kleintjes. Voorwaarde voor zulke groei is een sterke leider, zegt Jaap van de Meent. Hij onderzoekt onder meer het groeimirakel in Amsterdam-West. Voorganger Stanley Hofwijks is zo'n leider, zegt Van de Meent, een man die mensen méékrijgt, een goed organisator die alles op orde heeft. Voor Bottenbley geldt hetzelfde. Risico: vertrekt de sterke man, dan valt de groep uiteen, hoe geolied de Maranathamachine nu ook draait.

Groeit MM? Voorganger Stanley Hofwijks kent in zijn gemeente 'Goddank' wel wat bekeerlingen van ongelovigen huize, verder betekent 'groei' het rondpompen van kerkelijke nomaden.
'Pinkstergemeenten hebben een geweldige doorloop. Echte groei is er niet, wel transfer. Als mensen het niet meer naar hun zin hebben, gaan ze ergens anders heen. Het individualisme, meneer, mensen zijn onrustig.'

De Maranathagemeente ging van één naar twee ochtenddiensten. Volgens Hofwijks veranderde de populatie, werd beter opgeleid en verschoot van kleur. 'Er komen steeds meer blanke Nederlanders.' Dat betwijfelt Van de Meent. 'Maar terwijl witten in andere zwarte gemeenten afhaken, blíjven ze hier en zijn zelfs sterk vertegenwoordigd in de Broederraad.'

Deze ochtend is zeker tachtig procent van de kerkgangers gekleurd, Surinamers en Antillianen in duur zondags goed. 'Ik zou, als ik naar de koningin ging, me ook netjes aankleden', zegt een middelbare Surinaamse. 'Dus helemaal als ik naar het huis van de Koning der Koningen ga.' De mode baart Hofwijks trouwens zorgen, de 'uitdagende kleding' en vooral 'die naveldingen'. 'Want dat drijft die meisjes in een bepaalde seksuele richting.'

Buiten is het druilerig winterweer, dus geen naveltruitjes, binnen registreren twee camera's hoe het praiseteam de gemeente opwarmt met gitaren, bassen, drums, conga's en zwarte gospelzang, alles op volle sterkte. Buren van de kerk worden er zondagmorgen wakker van.

Boven de muziekgroep hangt zwijgend het pijporgel, als een ornament van vergane gereformeerde glorie. Het leegblijven van het balkon was rond 1960 het eerste signaal van neergang van wat eens de stampvolle Bethelkerk was. Twintig jaar later was het kerkbezoek gedecimeerd. Oud, verhuisd naar ruimere woningen, soms vluchtend uit wat een redelijke arbeiderswijk was, maar afgegleden tot achterstandsbuurt, een zwarte wijk waarin de blanken zich weleens vreemden voelden.



Even had de Bethelkerk nog een naam hoog te houden, in linksigheid. De dominee was een 'christen voor het socialisme' die zijn zegeningen in het Oostblok telde. Werfkracht had het bepaald niet. Toen hij begin jaren tachtig vertrok, was de verloedering van de buurt op haar hoogtepunt: drugsoverlast, afrekeningen, schieten op straat.

Een paar jaar later werd de kerk verkocht, aan de pinkstergemeente die in 1976 met dertig gelovigen in het zijzaaltje begonnen was. Ze wisselden stuivertje: de krimpers naar het zaaltje, de groeiers naar de echte kerk. Ze spraken eigenlijk nooit met elkaar, zegt Hofwijks nu, door 'theologische verschillen'.

In 2003 is de buurt aardig opgeknapt, binnen zit het balkon weer vol. Een vrouw zwaait met kleurige doeken, veel anderen heffen de handen ten hemel. Wandelend over het podium preekt Hofwijks, maakt grappen, vraagt één keer 'een applaus voor onszelf, omdat we het weer hebben getrotseerd', de andere keren is het geklap voor de Heer. Dan wordt er hardop gebeden. 'Halleluja. Amen? Amen!'

Stanley Hofwijks (55) is senior pastor, meldt het glimmende bordje op zijn bureau in het kantoor van Maranatha Ministries, waar negen mensen werken. De opleiding van de pastor is 'een moeilijk punt'. Hij volgde vanuit Paramaribo ooit een schriftelijke cursus: hij is beïnvloed door bevindelijke 17de-eeuwers. Verder vormden het leven en de Heer hem.

De aantrekkingskracht dankt Maranatha aan haar bekendheid door lokale televisie en radio, een eigen magazine en site
(maranatha.nl), en aan de specialiteit van het huis: de lofprijzing. 'Wij zítten niet, wij dansen en juichen', zegt Hofwijks. 'Dit is geen religie, maar persoonlijke beleving.' Bram Krol van de Werkgroep Gemeentegroei noemt nog iets 'wat het goed doet onder Surinamers en Antillianen': de voorliefde voor extatische 'buitenbijbelse bijverschijnselen' en 'invallen die er al snel profetie heten'.

In het kantoor ligt een boek, een MM-uitgave, over een bekeerde moslim uit het Midden-Oosten. Maar onder de talrijke Turken en Marokkanen in de buurt slaat het evangelie nog niet aan. 'Veel moslimvrouwen zouden graag christen worden', weet Hofwijks, vanwege de behandeling door hun mannen, maar 'die verbieden het'. 'We mogen pas zeggen dat de Heer hier werkt, als we de buurt bereiken.'

Van 30 naar 3000 leden: MM is een succesverhaal. Maar Hofwijks kent de keerzijden. Tweemaal maakte hij kennis met de wet van Maarten 't Hart: een kerk die leeft, scheurt. Gedoe over leiderschap, zegt Van de Meent. Nu hamert Hofwijks op eenheid. Tijdens de samenkomst klinkt hij scherp - 'Als je het Woord brengt zoals Jezus het wil, dan noemen ze je fanatiek, ook in de kerk' - maar in zijn kantoor geeft hij niet af op anderen. 'Je hoeft niet per se één leer te hebben om de ander volledig te aanvaarden.' En dus omzeilt hij heikele kwesties. Zoals de Toronto blessing, het 'vallen in de Geest' (bij handoplegging), dansen, brullen, lachen, geestdronken waggelen. Het waaide in 1994 over en verdeelde de polderpinkstergelovigen door de stelligheid van hun leiders tot op het bot. Sommige voormannen wisten zeker dat het 'manifestaties' van God waren. Andere charismatische leiders wisten even zeker dat het recht van de duivel kwam.

Tijdens de samenkomst gebeurt deze zondag niets spectaculairs, maar, zegt Hofwijks later, het komt wel voor. Hij wil er niets kwaads van zeggen, maar enthousiast is hij niet. 'Ik ben tegen het vallen om het vallen. Ik ben nog nooit gevallen en heb liever dat ook zij blijven staan. Dan kan ik beter voor hen bidden.'

Nog een moeilijke zaak: vrouwen. Ze hebben geen zitting in de Broederraad, het woord zegt het al. Maar ze kunnen wel leiding geven, zegt Hofwijks. En ja, prediken ook. Voorganger worden dan? Dat word je uit roeping, zegt Hofwijks, en een vrouw kan ook geroepen worden. De enige reden dat vrouwen geen voorganger zijn, zegt hij, is om geen aanstoot te geven aan andere gemeenten. 'Als het aan mij ligt, wordt dat anders.'

De gelovigen komen uit Amsterdam en verre omstreken. Eén verklaring die het Bulletin biedt, deugt hier niet: anonimiteit. Nog voor we een stoel hebben gevonden, zijn we door twee ushers (gastvrouwen) en twee andere kerkgangers welkom geheten. Tijdens de luidruchtige lofprijzing houdt de zang leider even halt, en roept houten klazen op toch vooral als verlosten te dansen. Buurman Patrick, een donkere twintiger, vraagt bezorgd of we wel blij zijn. Even later nodigt een mevrouw de nieuwkomers uit om te staan. Zes mensen komen wat ongemakkelijk uit hun stoel, duidelijk niet gekomen als middelpunt van de belangstelling, en krijgen een daverend applaus.

'Mensen binnenkrijgen lukt wel, elke week weer', zegt Hofwijks. ,,Binnenhóuden is het probleem. Ze zéggen: het gaat om de preek, maar wat ze wíllen is aandacht. Bij verdriet, als je slaagt voor je rijbewijs.' Daarom baart de grootte van zijn gemeente hem zorgen. 'Vroeger belde ik iedereen op nieuwjaarsdag op om ze een gezegend nieuwjaar te wensen, maar dat kan niet meer. Toch jammer.'

De kracht van een grote gemeente, zegt Hofwijks, is de kracht van de kleine groep. Er zijn daarom een voorbedegroep ('strijdersteam'), bijeenkomsten voor alleenstaande moeders, voor singles, gehuwden, jongeren, net-bekeerden (Young Christian School, met certificaat), ouderen en vrouwen. En zo'n kleine dertig 'celgroepen', wekelijkse huissamenkomsten, vlakbij de kerk, maar ook in de Bijlmer, in Rotterdam, Hoorn en Almere.

Een ambtenaar van Bouw- en Woningtoezicht maakt zich zorgen om de veiligheid in de kerk, waarmee sinds de Volendammer nieuwjaarsbrand niet meer te sjoemelen valt. Hij kan een beetje gerust zijn: Maranatha Ministries denkt aan verbouwen én kijkt uit naar een ander onderkomen, voor 3000 mensen. 'Dan heb je maar één dienst nodig', zegt Hofwijks. Hij zoekt iets op een industrieterrein, want ook de grootste godshuizen van Amsterdam kunnen zulke aantallen niet aan.

Om het geld hoeft MM het niet te laten, want ze houden zich er aan de 'tienden', een bijdrage die 'heel wat kost als je met je uitkering toetreedt', zegt Van de Meent. Leden roken en drinken niet, samenwonen is taboe, maar ze hebben het ervoor over, want 'Hofwijks maakt je duidelijk dat je maatschappelijk weinig voorstelt, maar voor God telt'.

En dus staan de kerkgangers weer op, om te dansen en te zingen voor de Here Jezus. Buurman Patrick moet ervan huilen en vraagt voorzichtig of we tóch niet mee willen doen.

Bron: Lodewijk Dros, Trouw d.d. 09-01-2003

Meer info:
Maranatha Ministries
Hoek Cabotstraat-Vasco da Gamastraat 35, tel 020-667 58 58


nieuwspagina